Wat is CE-markering?

Koopt u structuurhout of gevelbekleding, dan komt u vroeg of laat de CE-markering tegen. Die kleine markering vertelt u méér dan u denkt: ze bevestigt dat het hout beoordeeld is volgens Europese normen en geschikt is voor zijn beoogde toepassing. In deze gids leest u wat de CE-markering precies inhoudt, uit welke Europese regelgeving ze voortkomt, welke sterkteklassen er bestaan en welke sorteringsnormen gelden voor de courante houtsoorten.

Wat is de CE-markering precies?

Sinds 1 januari 2012 is de CE-markering verplicht voor structuurhout in Europa. Die verplichting komt voort uit de Europese Bouwproductenrichtlijn (BPR) en de Verordening Bouwproducten (VBP), die de beperkingen op het vrije verkeer van bouwproducten binnen de Europese Unie wegnemen en de nationale reglementeringen op elkaar afstemmen.

De markering betekent dat de fabrikant verklaart dat het product voldoet aan de bepalingen van de referentiedocumenten en dus in de hele Europese Economische Ruimte verhandeld mag worden. Wilt u eerst het bredere plaatje van hout in de bouw? Lees onze pagina over constructiehout of de overzichtsgids eigenschappen en toepassingen per houtsoort.

Doel van de Verordening Bouwproducten (VBP)

De VBP moet ervoor zorgen dat bouwproducten geschikt zijn voor hun beoogde functie en voldoen aan een reeks fundamentele eisen. De belangrijkste zijn:

  • Mechanische sterkte en stabiliteit
  • Brandveiligheid
  • Hygiëne, gezondheid en milieu
  • Gebruiksveiligheid
  • Bescherming tegen geluidshinder
  • Energiebesparing en thermische isolatie
  • Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Deze voorschriften worden vertaald naar essentiële productkenmerken en controlemethodes in geharmoniseerde Europese normen of Europese technische goedkeuringen (ETA). Volgens de VBP moeten alle bouwproducten voorzien zijn van de CE-markering voordat ze in de handel worden gebracht.

CE-markering van structuurhout: de sterkteklassen

Voor structuurhout met rechthoekige doorsnede is de CE-markering geregeld door norm EN 14081 en NBN 16 520:2009 "Visuele sortering van structuurhout met rechthoekige doorsnede". De markering onderscheidt verschillende sterkteklassen, die aangeven voor welke toepassingen het hout geschikt is.

Sterkteklasse Beschrijving
C16 Laagste kwaliteit, veel gebruikt voor niet-zichtbare structuren
C18 Geschikt voor zichtbare structuren
C24 Geschikt voor zichtbare structuren
C30 Voor esthetisch belangrijke toepassingen

Sorteringsnormen voor verschillende houtsoorten

Elke sorteringsnorm koppelt een reeks houtsoorten aan de sterkteklassen die zij kunnen halen. Hieronder enkele courante sorteringsnormen met hun bijbehorende sterkteklassen.

Sorteringsnorm Houtsoort Sterkteklasse
BS 4978 (2007) Vuren, Grenen C16, C24
NF B 52-001 (2007) Vuren, Grenen, Douglas C18, C24, C30
DIN 4074 (2008) Vuren, Grenen, Lorken C16, C24, C30
INSTA 142 Vuren, Grenen, Lorken, Dennen C14, C18, C24, C30
STS 04.1 (2008) Vuren, Grenen, Lorken, Douglas C16, C18, C24, C30

De genoemde soorten zijn stuk voor stuk klassieke naaldhoutsoorten voor de bouw. Verdiep u gerust in vuren hout, grenen hout, Douglas hout of lariks.

Naamcodes voor timmerhout

De norm STS 04 Hout kent Europese en niet-Europese naaldhoutsoorten een vierlettercode toe volgens norm EN 13556 (2003). Zo weet u meteen om welke botanische soort het gaat, ongeacht de handelsnaam.

Handelsnaam Wetenschappelijke naam Code
Douglas Pseudotsuga menziesii PSMN
Vuren Picea abies PCAB
Larix spp. Larix spp. LADC
Grenen Pinus sylvestris PNSY
Eiken, Europees Quercus spp. QCXE
Beuken Fagus sylvatica FASY
Tamme kastanje Castanea sativa CTST
Populieren Populus spp. POXE

Ook enkele loofhoutsoorten komen in deze lijst voor. Meer over die soorten leest u op eikenhout en kastanjehout.

CE-markering op andere houtproducten

Naast structuurhout geldt de CE-markering ook voor andere producten, zoals gevel- en wandbekledingen. Die vallen onder norm NBN EN 14 915 "Wand- en gevelbekleding van massief hout – eigenschappen, conformiteitsbeoordeling en markering". Ook hier bevestigt de markering dat het product beoordeeld is volgens een geharmoniseerde Europese norm.

Conclusie

De CE-markering speelt een cruciale rol in het waarborgen van de kwaliteit en veiligheid van bouwproducten binnen de Europese Unie. Voor structuurhout biedt ze de zekerheid dat het hout voldoet aan de strenge eisen op het gebied van sterkte, stabiliteit, brandveiligheid en andere belangrijke aspecten. Dankzij de geharmoniseerde normen en duidelijke richtlijnen kunnen bouwproducten vrij verhandeld worden binnen de EU, wat bijdraagt aan een efficiënt en transparant bouwproces. Wilt u de eigenschappen van specifieke houtsoorten verder vergelijken, dan helpt onze overzichtspagina hardhout u op weg.

Veelgestelde vragen over de CE-markering

Sinds wanneer is de CE-markering verplicht voor structuurhout?

Sinds 1 januari 2012 is de CE-markering verplicht voor structuurhout in Europa. De verplichting vloeit voort uit de Europese Bouwproductenrichtlijn (BPR) en de Verordening Bouwproducten (VBP), die het vrije verkeer van bouwproducten binnen de EU moeten waarborgen.

Wat betekent de CE-markering op hout concreet?

Ze betekent dat de fabrikant verklaart dat het product voldoet aan de bepalingen van de referentiedocumenten en dus in de hele Europese Economische Ruimte verhandeld mag worden. Voor structuurhout gaat het onder meer om eisen rond mechanische sterkte, stabiliteit en brandveiligheid.

Wat betekenen de sterkteklassen C16, C18, C24 en C30?

De sterkteklassen geven aan voor welke toepassingen het hout geschikt is. C16 is de laagste kwaliteit en wordt vaak gebruikt voor niet-zichtbare structuren; C18 en C24 zijn geschikt voor zichtbare structuren; C30 is bestemd voor esthetisch belangrijke toepassingen. Ze zijn geregeld door norm EN 14081.

Geldt de CE-markering alleen voor structuurhout?

Nee. Naast structuurhout geldt de CE-markering ook voor andere houtproducten, zoals gevel- en wandbekledingen. Die vallen onder norm NBN EN 14 915 voor wand- en gevelbekleding van massief hout.

Wat zijn de vierlettercodes zoals PSMN of PCAB?

Dat zijn naamcodes die volgens norm EN 13556 (2003) aan houtsoorten worden toegekend. Zo staat PSMN voor Douglas (Pseudotsuga menziesii) en PCAB voor vuren (Picea abies). Ze maken het mogelijk om een houtsoort eenduidig te identificeren, los van de handelsnaam.